Geen arbeid, wel loon

Werknemer heeft vier maanden gewerkt, maar geen loon ontvangen van zijn werkgever. Na deze periode heeft hij zijn werkzaamheden opgeschort totdat het achterstallige loon alsnog betaald zou worden. Loonbetaling is uitgebleven, waarna de werknemer een kort geding is gestart.

De hoofdregel ‘geen arbeid, geen loon’, gaat in dit geval niet op. Naar het oordeel van de kantonrechter was de arbeid  niet verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoorde te komen. Werkgever had diverse toezeggingen over de loonbetaling gedaan, maar is deze vervolgens niet nagekomen. Bovendien moest de werknemer door het uitblijven van de loonbetaling zijn spaartegoeden verbruiken, geld lenen en de tijd -die hij normaal gesproken aan zijn werkzaamheden zou besteden- benutten om te kunnen solliciteren. Het argument van de werkgever dat de resultaten onvoldoende zouden hebben opgeleverd om het loon te kunnen uitbetalen, komt voor haar eigen risico, aldus de kantonrechter. De vordering ten aanzien van het achterstallige loon wordt toegewezen.

De kantonrechter wijst ook de vordering van wettelijke verhoging van 25% toe, omdat het aan de werkgever is te verwijten dat zij kennelijk van aanvang af onvoldoende liquide middelen had om aan haar verplichtingen op grond van de arbeidsovereenkomst te voldoen en de nakoming van de betalingsverplichtingen afhankelijk heeft gemaakt van de door haar te behalen resultaten.

Heb je een soortgelijke situatie aan de hand of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem vrijblijvend contact op met Zon advocaten op 030 -3040128 of mail naar info@zonadvocaten.nl